Categorie: In het nieuws

Waarom staken de leraren ook alweer?


Onderwijsstaking van Leraren in Actie in Den Haag.
Foto: Robin van Lonkhuijsen/ANP

Ondanks een salarisverhoging gaan leraren donderdag en vrijdag opnieuw staken. Voor de derde keer in een jaar tijd. Wat is er nodig om hen tevreden te stellen? De belangrijkste eisen op een rij.

Structureel geld
Een van de pijnpunten is het uitblijven van structurele investeringen. Die zouden volgens onderwijspersoneel vooral de loonkloof tussen het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs moeten dichten. Dit nog afgezien van het cao-akkoord voor het primair onderwijs uit december en de cao-onderhandelingen voor het voortgezet onderwijs, die moeizaam verlopen. ‘Het incidentele geld dat nu is toegezegd, komt neer op 75 euro per leerling gedurende twee jaar’, zegt Michelle van Dijk namens VO in Actie. ‘Dat kun je hooguit gebruiken voor tijdelijke projecten of extra onderwijsassistenten.’

Werkdrukverlaging
De leraren willen maatregelen om hun werkdruk omlaag te brengen, bijvoorbeeld door het verlagen van het aantal lesuren per week. Over het benodigde tempo zijn de meningen onder onderwijzers verdeeld. Bij maximaal 20 lessen per week kunnen leerkrachten de tijd die overblijft steken in het voorbereiden van lessen, aldus voorzitter Peter Althuizen van Leraren in Actie. ‘Op de korte termijn heb je dan misschien nog meer leraren nodig, maar als je het nu niet doet, krijg je geen nieuwe mensen.’

Ook de werkdruk van schoolleiders moet omlaag, zegt Petra van Haren, voorzitter van de AVS (Algemene Vereniging van Schoolleiders). Zij vangen de klappen van de onderwijscrisis op, door het regelen van vervangers en het voorkomen van overbelasting van leraren. ‘Schoolleiders zijn verantwoordelijk voor 32 beleidsgebieden, dat is niet te vergelijken met andere sectoren’, zegt Van Haren. ‘Ze hebben teams van ruim 30 tot 50 mensen, maar vaak geen administratieve ondersteuning of conciërge.’ Elke school moet in ieder geval voldoende geld hebben voor basisfaciliteiten als ondersteunend personeel, ict en gebouwen.

Aantrekkingskracht van het beroep
Om meer nieuwe leerkrachten aan te trekken moet de status van het beroep worden opgevijzeld, onder meer via het salaris. Volgens de vakbonden moeten daarbij niet alleen verschillen rechtgetrokken worden tussen primair en voortgezet onderwijs, maar ook die tussen het onderwijs en andere sectoren.

Een derde eis, naast salaris en werkdruk, betreft de autonomie van de docent. ‘Vanzelfsprekend werken de docent en de school met vastgestelde leerdoelen’, zegt Michelle van Dijk (VO in Actie). ‘Maar hoe, dat kunnen ze nu te weinig zelf bepalen. Dit is vooral voor academisch geschoolde docenten een reden om te vertrekken. Er worden complete plannen voor inhoudelijke veranderingen gemaakt, waar leraren pas laat bij betrokken worden.’

Bron: Anna Deems, De Volkskrant op 29 januari 2020 via https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/waarom-staken-de-leraren-ook-alweer~b47f7c26/

Volkskrant 20/01/2020: Wat wordt het: ‘De leerlingen kunnen me niet missen’ of ‘Actie, anders krijgen we nooit nieuwe docenten’

Het dilemma van de leerkracht: wel of niet staken? Hoewel staken indruist tegen het plichtsbesef, lijkt de actiebereidheid groter dan ooit. 

Allebei werken ze al bijna veertig jaar in het onderwijs. De een is strijdvaardiger dan ooit en staakt beide dagen mee. De ander heeft nog nooit gestaakt en doet dat ook deze keer niet.

Monique Hamers, docent Engels op het Vlietland College in Leiden: ‘Ik ben er helemaal klaar mee. De politiek belooft iedere keer gouden bergen, maar als puntje bij paaltje komt, gebeurt er niets.’ Collega Marlies Merkestein, docent in de schakelklas voor anderstalige kinderen: ‘Ik ben het eens met de redenen achter de staking. Maar ik vind dat mijn leerlingen niet twee dagen kunnen missen.’

Begrip

Ziehier het dilemma tussen stakingsdrang en plichtsbesef waar menig docent mee worstelt. Daar komt nog druk van buitenaf bij. Hoewel het gros van de ouders nog altijd sympathiseert met de leraren ‘in crisis’, is het begrip voor de staking tanende. Ook de druk op de kinderopvang is groot; eenderde van de opvanginstellingen liet weten geen extra opvang te kunnen bieden op de stakingsdagen. Schoolbesturen die niet doorbetalen tijdens de staking voeren de innerlijke strijd van de docent nog wat op.

De basisschool School of Understanding in Amstelveen kiest voor een compromis: ze organiseert een alternatief programma op school. ‘Ik sta volledig achter de staking, want je moet de ernst van de problemen in het onderwijs laten zien’, zegt directielid en leerkracht Christa Brandsen. ‘Aan de andere kant hebben we nu oplossingen nodig.’ Liever slaat Brandsen de handen ineen; daarom gaat de school tijdens de staking in gesprek met ouders. ‘We zitten met de handen in het haar en hebben alles wel bedacht wat er te bedenken valt. Nieuwe ideeën van ouders helpen ons misschien om buiten de gebaande paden te gaan.’

Negatieve reacties

De activiteit van de Amstelveense school is niet uniek. Veel scholen gebruiken de stakingsdagen voor crisisoverleg of simpelweg voor het inhalen van achterstallig werk. Het is illustratief voor het plichtsbesef van leraren, net als de actie van docenten die tijdens de onderwijsstaking in 2017 niet naar het Malieveld togen, maar bijsprongen in de zorg.

Tegelijk lijkt zich een kentering af te tekenen rond het beeld van de ‘brave’ leerkracht. Zo oogstte het plan van een Friese school om tijdens de staking pabo-studenten voor de klas te zetten zo veel negatieve reacties, tot bedreigingen aan toe, dat de ludiek bedoelde actie niet doorgaat. Het laat zien hoe hoog de emoties kunnen oplopen.

Na maart en november is dit de derde grote onderwijsstaking binnen een jaar, maar van stakingsmoeheid lijkt geen sprake. Meer dan 4 duizend scholen sluiten nu de deuren, een toename. Om een idee te geven: er zijn ruim 8 duizend scholen in Nederland.

Actiegroepen

Dat er op zo’n grote schaal opeenvolgende stakingen zijn, is uniek in het onderwijs, volgens vakbondshistoricus Sjaak van der Velden. ‘Het begon eigenlijk in 2017; sindsdien is er een aaneenschakeling van acties.’ In dat jaar richtten leerkrachten, mede uit onvrede met de bestaande vakbonden, de actiegroepen PO in Actie en VO in Actie op. ‘Dat deze bewegingen vanuit de basis, de leraren zelf, zijn begonnen, laat wel zien dat er echt iets aan de hand is’, aldus de historicus. ‘Het enthousiasme voor deze actiegroepen overrompelde de vakbonden, daarna sloten zij snel weer aan bij de protesten.’

Dat uit zich ook in het aantal leraren dat de weg naar de vakbonden vindt. ‘Rond de stakingen worden altijd meer mensen lid, deze maand kregen we 1.100 aanmeldingen’, vertelt Simone van Geest, woordvoerder van de grootste onderwijsvakbond AOb. De kleinere, activistische vakbond Leraren in Actie verwelkomde 1.000 nieuwe leden in twee maanden tijd. Van Geest valt vooral op dat de stakingen van de afgelopen jaren veel meer onderwijsbreed zijn, ‘ook in het voortgezet onderwijs is er stakingsbereidheid’.

Stakend of niet: collega’s Hamers en Merkestein zijn er erover dat het meer moet gaan over de toekomstige leraren. ‘Ik zie mezelf als lid van een verloren generatie, op mij is alleen maar bezuinigd’, zegt Hamers. ‘Het gaat nu om de jonge generatie. Ik wil wel dat er over 5,5 jaar een opvolger is.’ Merkestein: ‘De jeugd denkt tegenwoordig: ik kan beter bij een bedrijf gaan werken en meer verdienen. Dat is jammer,  het onderwijs is juist zo’n mooi vakgebied.’

Bron: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/wat-wordt-het-de-leerlingen-kunnen-me-niet-missen-of-actie-anders-krijgen-we-nooit-nieuwe-docenten~b7644b5c/

Na basisonderwijs komt ook Voortgezet Onderwijs in actie. – Ter Haar Onderwijst

Vandaag biedt #VOinactie haar manifest aan bij een delegatie van de Tweede Kamer in Den Haag. Frans van Haandel en ik schreven er onderstaand opiniestuk over, waarnaar wordt verwezen in het NRC.Tijd voor kwaliteit in het voortgezet onderwijs. Minder lessen per week en de aanval inzetten op het lerarentekort. Wij zijn ons als leraren in het voortgezet onderwijs bewust van de grote verantwoordelijkheid die op onze schouders ligt. Elke dag werken we met jonge mensen aan hun toekomst. Als leraren in het voortgezet onderwijs hebben wij dan ook een prachtberoep. Toch dreigt dat beroep zijn glans te verliezen. De afgelopen decennia wordt van het onderwijs meer en meer verlangd, terwijl leraren veel te weinig betrokken worden bij de besluitvorming. Mislukte onderwijsvernieuwingen, gedoe rond examens, de rekentoets, de invoering van Passend Onderwijs en ga zo maar door. Investeringen die de overheid doet in onderwijs, komen bovendien nauwelijks terecht bij de leraar en zijn klas.