Geef ook om goed onderwijs!

Word gratis lid!

Aantal flexdocenten met kwart gestegen

Uitzend-docenten, zzp-leraren en tijdelijke onderwijzers: de flexdocent is in opkomst. Dat blijkt uit cijfers die BNR heeft opgevraagd bij het CBS. In drie jaar tijd nam het aandeel docenten in het voortgezet onderwijs zonder vast contract met bijna een kwart toe.

Flexibele docenten zijn alle leraren die geen vast contract hebben. Dat kan dus een tijdelijk contract zijn of een contract via een detacheringsbureau, maar ook zzp’ers. In 2014 waren er nog 25.000 flexibele docenten (op een totaal van 132.000), vorig jaar waren het er al 34.000 (op een totaal van 141.000). De oorzaak moet waarschijnlijk gezocht worden in het lerarentekort. Scholen zoeken naar creatieve manieren om de gaten te vullen. Uitzendbureaus lokken over het algemeen jonge leerkrachten met een wat hoger loon, maar daartegenover staat dat ze van bepaalde secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals een goed pensioen of scholingsmogelijkheden, geen gebruik kunnen maken. Daarnaast moeten die leraren ergens anders vandaan komen. Je ziet dat leraren gelokt worden. Die gaan weg bij een andere school en die komen dan in dienst bij een school die daar meer voor moet gaan betalen. Dus uitzendbureaus verplaatsen het probleem alleen maar.

Bron: BNR

Opinie VK: ‘Niet ieder kind is toegerust om zijn eigen leerweg uit te stippelen’

Individualisering van het onderwijs is niet zaligmakend. Een lofzang op de school als gemeenschap van Alwin Hietbrink, rector van het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam.

De school als fabriek. Het is een metafoor die te pas en te onpas gebruikt wordt om de inrichting van ons huidige onderwijs te bekritiseren. De school zou op industriële leest geschoeid zijn en voorrang geven aan efficiëntie en standaardisatie boven betekenisvol leren van de individuele leerling.

Dat het woord ‘plofklas’ door het Genootschap Onze Taal in 2017 tot woord van het jaar werd uitgeroepen hoeft dan ook niet te verbazen. Het is een veelzeggende echo van het protest van scholieren – inmiddels alweer 10 jaar geleden – tegen ‘ophokuren’, toen de overheid de onderwijstijd ging reguleren. Het hedendaagse onderwijs als intensieve ‘mensbouw’. Dat die kritiek een gevoelige snaar raakt verbaast niet. We zijn immers allemaal verschillend en aandacht daarvoor is sinds jaar en dag één van de grootste uitdagingen voor docenten. Tel dat op bij de snel voortschrijdende individualisering van onze samenleving en het pleidooi voor meer maatwerk is begrijpelijk en verklaarbaar. Er is dan ook breed draagvlak voor in het onderwijs, bij de VO-raad en het ministerie.

Lees meer

Onderwijsraad: landelijke taskforce voor lerarentekort

De Onderwijsraad wijst in een brief aan de bewindslieden van het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap nogmaals op de ernst van de lerarentekorten. De raad adviseert de ministers van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap een landelijke taskforce in te stellen om het nijpende probleem van de lerarentekorten op te lossen. De raad spreekt over een groot en urgent maatschappelijk vraagstuk. Er zijn omvangrijke tekorten aan leraren en de verwachting is dat deze nog sterk zullen toenemen. De lerarentekorten hebben grote consequenties, zoals uitval van lesuren, lessen die gegeven worden door onbevoegden en werkdrukverhoging. Met het instellen van een taskforce door de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap neemt de centrale overheid volgens de Onderwijsraad haar verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van onderwijsstelsel.

De Onderwijsraad komt dit najaar met een advies over de loopbanen van leraren. Daarin wordt een nieuw perspectief op het leraarschap gepresenteerd. In dat advies kijkt de raad hoe opleidings- en arbeidsstructuur structureel kunnen bijdragen aan zowel voldoende als goede leraren.
Klik hier voor de brandbrief van de Onderwijsraad.

Volkskrant 20/01/2020: Wat wordt het: ‘De leerlingen kunnen me niet missen’ of ‘Actie, anders krijgen we nooit nieuwe docenten’

Het dilemma van de leerkracht: wel of niet staken? Hoewel staken indruist tegen het plichtsbesef, lijkt de actiebereidheid groter dan ooit. 

Allebei werken ze al bijna veertig jaar in het onderwijs. De een is strijdvaardiger dan ooit en staakt beide dagen mee. De ander heeft nog nooit gestaakt en doet dat ook deze keer niet.

Monique Hamers, docent Engels op het Vlietland College in Leiden: ‘Ik ben er helemaal klaar mee. De politiek belooft iedere keer gouden bergen, maar als puntje bij paaltje komt, gebeurt er niets.’ Collega Marlies Merkestein, docent in de schakelklas voor anderstalige kinderen: ‘Ik ben het eens met de redenen achter de staking. Maar ik vind dat mijn leerlingen niet twee dagen kunnen missen.’

Begrip

Ziehier het dilemma tussen stakingsdrang en plichtsbesef waar menig docent mee worstelt. Daar komt nog druk van buitenaf bij. Hoewel het gros van de ouders nog altijd sympathiseert met de leraren ‘in crisis’, is het begrip voor de staking tanende. Ook de druk op de kinderopvang is groot; eenderde van de opvanginstellingen liet weten geen extra opvang te kunnen bieden op de stakingsdagen. Schoolbesturen die niet doorbetalen tijdens de staking voeren de innerlijke strijd van de docent nog wat op.

De basisschool School of Understanding in Amstelveen kiest voor een compromis: ze organiseert een alternatief programma op school. ‘Ik sta volledig achter de staking, want je moet de ernst van de problemen in het onderwijs laten zien’, zegt directielid en leerkracht Christa Brandsen. ‘Aan de andere kant hebben we nu oplossingen nodig.’ Liever slaat Brandsen de handen ineen; daarom gaat de school tijdens de staking in gesprek met ouders. ‘We zitten met de handen in het haar en hebben alles wel bedacht wat er te bedenken valt. Nieuwe ideeën van ouders helpen ons misschien om buiten de gebaande paden te gaan.’

Negatieve reacties

De activiteit van de Amstelveense school is niet uniek. Veel scholen gebruiken de stakingsdagen voor crisisoverleg of simpelweg voor het inhalen van achterstallig werk. Het is illustratief voor het plichtsbesef van leraren, net als de actie van docenten die tijdens de onderwijsstaking in 2017 niet naar het Malieveld togen, maar bijsprongen in de zorg.

Tegelijk lijkt zich een kentering af te tekenen rond het beeld van de ‘brave’ leerkracht. Zo oogstte het plan van een Friese school om tijdens de staking pabo-studenten voor de klas te zetten zo veel negatieve reacties, tot bedreigingen aan toe, dat de ludiek bedoelde actie niet doorgaat. Het laat zien hoe hoog de emoties kunnen oplopen.

Na maart en november is dit de derde grote onderwijsstaking binnen een jaar, maar van stakingsmoeheid lijkt geen sprake. Meer dan 4 duizend scholen sluiten nu de deuren, een toename. Om een idee te geven: er zijn ruim 8 duizend scholen in Nederland.

Actiegroepen

Dat er op zo’n grote schaal opeenvolgende stakingen zijn, is uniek in het onderwijs, volgens vakbondshistoricus Sjaak van der Velden. ‘Het begon eigenlijk in 2017; sindsdien is er een aaneenschakeling van acties.’ In dat jaar richtten leerkrachten, mede uit onvrede met de bestaande vakbonden, de actiegroepen PO in Actie en VO in Actie op. ‘Dat deze bewegingen vanuit de basis, de leraren zelf, zijn begonnen, laat wel zien dat er echt iets aan de hand is’, aldus de historicus. ‘Het enthousiasme voor deze actiegroepen overrompelde de vakbonden, daarna sloten zij snel weer aan bij de protesten.’

Dat uit zich ook in het aantal leraren dat de weg naar de vakbonden vindt. ‘Rond de stakingen worden altijd meer mensen lid, deze maand kregen we 1.100 aanmeldingen’, vertelt Simone van Geest, woordvoerder van de grootste onderwijsvakbond AOb. De kleinere, activistische vakbond Leraren in Actie verwelkomde 1.000 nieuwe leden in twee maanden tijd. Van Geest valt vooral op dat de stakingen van de afgelopen jaren veel meer onderwijsbreed zijn, ‘ook in het voortgezet onderwijs is er stakingsbereidheid’.

Stakend of niet: collega’s Hamers en Merkestein zijn er erover dat het meer moet gaan over de toekomstige leraren. ‘Ik zie mezelf als lid van een verloren generatie, op mij is alleen maar bezuinigd’, zegt Hamers. ‘Het gaat nu om de jonge generatie. Ik wil wel dat er over 5,5 jaar een opvolger is.’ Merkestein: ‘De jeugd denkt tegenwoordig: ik kan beter bij een bedrijf gaan werken en meer verdienen. Dat is jammer,  het onderwijs is juist zo’n mooi vakgebied.’

Bron: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/wat-wordt-het-de-leerlingen-kunnen-me-niet-missen-of-actie-anders-krijgen-we-nooit-nieuwe-docenten~b7644b5c/